Smoglog leeft! En wel in Colombia.

27/11/2010

Gegroet aan allen!

Het eerste slachtoffer van het Colombiaanse geweld is gevallen en ik ben het zelf, namelijk van een fiets. Nu staat fietsen hier ongeveer gelijk aan een doodswens, maar het is wel enorm leuk: daarover later meer. Eerst even uitleggen wat ik hier doe, dan kunnen de volgende blogs aan fiets-en valpartijen besteed worden.

Colombia ligt al een jaar of 60 intern overhoop, of zo je wil, al sinds de onafhankelijkheid, afgelopen zomer precies 200 jaar geleden.  Over de redenen daarvoor zijn hele boekenkasten volgeschreven, waar ik de laatste weken voorzichtig in gesnuffeld heb, maar ik kies even voor de links-populistische uitleg, die ik zelf het leukste vind en het bovendien lekker simpel houdt. Colombia heeft nooit een linkse regering gehad, ook niet toen de rest van Latijns-Amerika dat wel had, heel globaal tussen 1930 en 1970, tot deze regimes langzaamaan omvergekegeld werden door militaire dictaturen, al dan niet gesteund door de VS. Een volksopstand daartoe in 1948 eindigde in een kleine burgeroorlog met akelig veel verminkingen, 200.000 doden en 2 miljoen vluchtelingen door het hele land, die zich in de rimboe vermengden met de boerenbevolking – heel globaal kun je zeggen dat hier de guerrilla’s uit ontstaan zijn – die op a-democratische wijze een soort linkse volksrepubliek wilden installeren. De FARC is de bekendste, oudste en grootste, maar met hen zijn er nog tientallen zelfstandig opererende guerrilla’s met globaal dezelfde ideologie en tactiek. In 1970 ging er zelfs een hele politieke partij de guerrilla in na vermeende corruptie: in de eerste exit-polls stond de partij op winst, leden gingen de straat al op, maar de heersende Conservatieve Partij verbood exit-polls tot de volgende ochtend, toen ze zelf gewonnen bleek te hebben. Gevolg: de grootste partij van ‘t land wordt de guerrillabeweging M-19. Andersom gebeurt ook: in de jaren ’80 vormde de FARC een politieke partij, de Union Patriótica, die al gauw een procentje of 10 tot 20 leek te gaan trekken, tot er ineens duizenden leden vermoord werden, inclusief de leider van de beweging. Maar dat was waarschijnlijk via de narco’s: toen in de jaren ’80 de cocaine beslag had genomen van Colombia. En officieel is er constant een centrum-rechtse partij aan de macht, die regelmatig van signatuur en naam wisselt, maar qua koers vrij constant is.

Zo ontstaat er een constant kat-en-muisspel tussen guerrilla en overheid, terwijl er met name op het platteland geen enkele formele macht bestaat. Alle guerrillaclubs moet zich natuurlijk onderhouden en doet dat door steun van voedsel, schuilplaatsen en reclutanten op het platteland, al dan niet vrijwillig afgegeven. Ander geliefd doelwit: de grootgrondbezitters (in Colombia is 98% van het land in handen van 5% van de bevolking: Latijns-Amerika is het meest ongelijke continent ter wereld en binnen Latijns-Amerika is Colombia weer het meest ongelijke land) – die zich natuurlijk moeten verdedigen en eigen milities opzetten tegen de guerrilla’s: zie daar de opkomst van het fenomeen paramilitair. Paramilitaire groepen werden ook vanuit staatwege opgezet, toen de nu net afgetreden ex-president Uribe toen nog als gouverneur van een enorm guerrilla-departement Antioqiua, de boeren van wapens ging voorzien om de guerrilla weg te houden. Gevolg: ongecontroleerde, autonome milities die zich over het land uitspreiden en, net als de guerrilla en de paramilitairen, in de inmiddels opgekomen cocainehandel gingen zitten. De grote coke-boom van de jaren ’80 gaat gepaard met een enorme stijging van het geweld, zowel in de steden als op het platteland, en bezorgt Colombia het vrij beroerde imago waar het tot nu toe niet van afgekomen is.

Nu kunnen we een paar kanten op. Ten eerste die van de narco-kartels, met Pablo Escobar als bekendste exponent: een drugsbaron uit Medellín die op z’n hoogtepunt machtiger was dan de Colombiaanse staat zelf, hele volkswijken van de stad Medellín ontwikkelde, een metro aanlegde en straatkinderen massaal aan ‘t voetballen kreeg (zie de geweldige link tussen Escobars miljoeneninvesteringen in voetbal in de jaren ’80 en Colombia’s deelname aan het WK voetbal in ’94, een bijna-unicum in ‘s lands historie, met allemaal voetballers uit Medellín: het land was zelfs bijna door tot verdediger Andrés Escobar een eigen doelpunt maakte. Heel Colombia zei: laat ‘wegblijven, maar hij kwam terug: twee dagen later werd hij in een bar gefussilleerd). Escobar was jaren onaantastbaar, zodra zijn kartel in het nauw kwam of het leger een volgende klopjacht opende, gingen er in het hele land bommen af tot het leger zich weer koest hield. Uiteindelijk ging hij vrijwillig de gevangenis in op voorwaarde dat hij die zelf mocht bouwen – een enorm paleis, waar hij ook nog eens uit ontsnapte. In 1995 werd hij alsnog omgelegd, heel Medellín ontredderd achterlatend.

Of de kant van Bogotá, waar ik nu zit, uit die tijd. Confrontaties tussen gewapende groepen aan de marges van wet, zoals dat hier zo mooi heet, waren ook naar de grote steden verschoven, waar kleine criminaliteit de openbare ruimte bovendien totaal onleefbaar maakte. Bogotá kwam op een moordcijfer uit van 80 per 100.000 inwoners per jaar, wereldwijd vrijwel ongeevenaard: Nederland zit rond de 1, ter vergelijking. In 1985 bezette de M19 – de guerrillabeweging ontstaan uit de gesaboteerde verkiezingen van 1970 – het justitieel paleis, een 18e- eeuws koloniaal gebouw in het centrum van Bogotá, waarop het leger – daarin autonoom opererend en zonder toestemming van de president, die een paarhonderd meter verderop zat – maar gelijk het hele gebouw aan flarden schoot. Kortom: totale anarchie, wanorde en een onleefbare stad, waar de vrienden met wie ik hier omga nog leuke jeugdherinneringen aan hebben. Over de transformatie die de stad sinds eind jaren ’90 doormaakte is overigens een heel vette, doch beetje eenzijdige docu gemaakt door een stel Denen die ik in mei nog ontmoette (ik kom misschien in deel 2, die is nu in montatie) – duurt wel een uur, voor wie zich verveelt of studie-ontwijkend gedrag vertoont – maar na een half uur kakt ‘ie in dus kan je ‘m wegklikken. Burgemeester Mockus, die hier in voorkomt, deed dit voorjaar mee aan de presidentsverkiezingen en leek die bijna te gaan winnen – waarmee hij de eerste groene president ter wereld zou worden, reden voor mij een eerste bezoek aan Colombia te brengen – maar verloor uiteindelijk toch, zodat we hier nog wederom met een centrumrechtse regering zitten.

Even terzake, want we moeten naar mijn onderzoek toe. Dat gaat alleen vanuit bovenstaande context, vandaar al deze bochten. Punt is dat al dat gedoe op het platteland steeds, waar dus geen duidelijke, centrale macht bestaat maar guerrilla’s, paramilitairen en het leger voortdurend om de zeggenschap vechten, en ook nog eens leven, teren en recruteren op de lokale bevolking, enorme vluchtelingenstromen op gang gebracht heeft. Sommigen gaan de grens over, maar Venezuela en Ecuador zitten daar ook niet op te wachten, dus verreweg de meeste gaan naar de hoofdstad. Het aantal interne ontheemden (desplazados heten ze, displaced in goed Engels) ligt ergens tussen de 3 en 4 miljoen, op een bevolking van 40 miljoen. Wereldwijd gaat alleen Sudan daar qua aantal overheen, vanwege Darfur. Vooral economische interesse plekken zijn natuurlijk in trek (goud, olie, allerlei soorten mineralen, en natuurlijk cocaine, opium en marihuana: het komt hier allemaal de grond uit en qua grondstoffen en biodiversiteit behoort Colombia tot de wereldtop) – waardoor elke guerillabeweging of paramilitaire beweging daar wil zitten, of om zichzelf ermee te financieren, of een multinational af te persen die er dingen uit de grond wil halen: daarop komt het leger dan weer, die vindt dat die plekken van ‘de staat’ zijn.

Goed, wie in die vruchtbare gebieden woont – in de praktijk half Colombia – heeft een probleem en leeft in voortdurende gewelddreiging en verschuivende frontlinies. Deze mensen – eenmaal gevlucht, komen getraumatiseerd en regelmatig met een aantal familieleden of ledematen minder in de grote stad uit, waar ze anonimiteit zoeken in de officieel niet-bestaande, gemarginaliseerde volkswijken, waar ze een hutje bouwen met wat ze vinden en waar zich dus hele wijken ontvouwen. Nu is dat in heel Latijns-Amerika het geval met migrerende boeren, half Mexico-Stad is ook zo ontstaan, maar lastigheid aan Bogotá is dat het in een dal ligt tussen de bergen en geografisch ongeveer ‘vol’ is. Wie er dus nog bij wil, begint op de berghellingen te bouwen, maar we zitten hier ongeveer op de Evenaar en elke dag drijven er wel een paar Amazone-wolkbreuken over, die de formele wijken waar ik zit al binnen tien minuten in een rivier veranderen en het toeven in halve hutjes op berghellingen dus niet veraangenamen. VN-rapporten scharen de Colombiaanse desplazados in Colombia dan ook onder de meest serieuze crises wereldwijd.

Nu kun je rond desplazados op twee manieren te werk gaan. Er is het materiele deel – hoe wonen ze, wat zijn hun inkomsten, hoe bouwen ze hun huis, hoe regelen ze water en electriciteit: hieronder vallen ook studies waaruit blijkt dat 75% van de desplazados in armoede leeft en bijna 50% in extreme armoede, indigencia heet dat hier, de VN en Wereldbank definieren dat als leven van minder dan 1 dollar per dag, de meer sociale beschrijving is zo leven dat je lichaam onvoldoende voeding binnenkrijgt zichzelf te laten voortbestaan en dus langzaam afsterft, waarin we het niet hebben over rottende tanden of geen medische zorg bij longontsteking, maar gewoon over een gebrek aan calorieen. Gister toevallig nog gelezen dat de gemiddelde indigente het hier met 39.000 pesos, rond 17 euro per maand, moet rooien. Voor heel Colombia ligt armoede op 50% van de bevolking en de indigencia-rate op 20%. Je ziet hier de zogenaamde indigentes ook voortdurend het vuilnis overhoop halen en ook echt alles opeten wat ze vinden, als ze rondbedelen en ik heb net iets te eten of drinken op straat gescoord, vragen ze ook steevast om een hapje of slokje in plaats van om geld.

Andere element is het immateriele deel, waarin ik me bevind. Psychosociale hulp en traumaverwerking is de meestgebruikte vorm van onderzoek en hulp, alleen wordt nog geen 20% van de mensen hiermee bereikt en mopperen de desplazados zelf regelmatig dat ze liever een goed huis zouden hebben in plaats van een psycholoog. Ikzelf ga me richten op de identiteit van de ontheemde. Heel in het kort: een desplazado is natuurlijk van origine geen desplazado, maar een boer in Antioqiua, Chocó of een andere provincie, die koffie, coca of bananen verbouwt, buren heeft, familie, ouders en grootouders die in hetzelfde huis geboren zijn en wonen, een wereldbeeld vanuit dit dorp, een toekomstvisie,  een verwachting daar kinderen groot te brengen en te sterven, kortom: een leven, een identiteit die vanuit zo’n dorp en die gemeenschap werkt. Dan komt er een geweldsgolf, en wordt iemand ineens vluchteling, alles achterlatend wat hem of haar tot hem of haar maakte: huis, werk, materiele cultuur, leefomgeving… Eenmaal in de stad wordt iemand als probleem gezien, want armoede en sloebers zijn hier al genoeg, dus krijgt iemand het etiket desplazado opgeplakt, net als andere vluchtelingen uit andere delen van het land, met andere achtergronden, geloven, rassen, etc (Colombia is superdivers op dat gebied) – een etiket dat je liever niet hebt, maar je wel in staat stelt van allerlei hulpprogramma’s gebruik te maken en waarvoor je je ‘oude’ identiteit moet achterlaten.

Nu is mijn vraag: wanneer, waarom en hoe gaat iemand van de identiteit van een boer die moet vluchten naar de identiteit van desplazado in de stad, wanneer maakt iemand zich die identiteit eigen, wanneer berust iemand in dat lot, en welke gevolgen heeft dat vervolgens voor de maatschappelijke organisatiegraad van deze groepen desplazados, die oorspronkelijk niets met elkaar te maken hebben maar nu ineens in hetzelfde schuitje beland zijn? In het Spaans kun je ‘t mooi illustreren met het werkwoord zijn, dat zich op twee manieren laat vertalen, estar voor de tijdelijke staat (ik ben aan het eten) en ser voor de permanente staat: ik ben Remco. Wanneer, waarom en hoe gaat iemand van estar naar ser desplazado, en hoe vertaalt zich dat in een attitude van schouders eronder, we gaan er iets van maken met onze mede-desplazados in de vorm van organisatie in wijken en gemeenschappelijke belangen? Dat is de vraag die ik de komende tijd ga onderzoeken.

Ik ga dat in twee wijken doen, één die al sinds een jaar of 10, 20 geinvadeerd is en Bosa heet, en de ander die momenteel de favoriete aankomstbestemming is voor desplazados, Ciudad Bolivar. Uit een vergelijking tussen deze twee wijken hoop ik een soort lijn te kunnen halen, waaruit kan blijken hoe de identiteit van een desplazado zich ontwikkelt en hoe het aannemen van een nieuwe identiteit, samenhangt met behartiging van belangen in en voor de wijk door de mensen zelf. En dat moet dan mijn masterscriptie worden.

Allicht is dit veel te symplistisch gedacht en ga ik op ongelooflijk veel problemen, nunances en complexheden stuiten, met als eerste hoe ik die wijken zowiezo inkom, want zonder een intern contact wordt je schoen al van je voet gejat voor je die er in zet. Mijn eerste week heb ik vooral heel veel gekletst en gelobbied bij clubjes die in die wijken werken en mij op sleeptouw kunnen nemen, een proces dat hopelijk in de eerste dagen van de komende week gaat leiden tot mijn entree. Ondertussen heb ik vooral Bogotá verkend en probeer ik de stad een beetje door te krijgen, al een verhaal op zich. Maar daarover vast meer in de volgende posts.

5 Reacties naar “Smoglog leeft! En wel in Colombia.”

  1. Sandor zei

    Remco, moeten we niet een potje lijm opsturen zodat je eens aan je fietszadel blijft plakken?

  2. Annika zei

    mooi bezig!

  3. Pjotr zei

    “…want zonder een intern contact wordt je schoen al van je voet gejat voor je die er in zet.” Een waardige rentree! Waiting for more. En uiteraard ten overvloede: ik reken de komende maanden op een uitvoerige dissertatie over het al dan niet bestaande spoorwegnetwerk van Colombia.

    • Remco Bouma zei

      ha pjotrtje – B – Charleroi van Klinken! Laat ik je snel uit de droom helpen, alleen verlaten stukken spoor hier tussen het wegdek en ‘t gras. Korte uitleg van lokale collega Daniel aangaande: tot de jaren ’70 ging heel veel personen- en goederenvervoer per spoor, maar wel op van die kleine rails, van 95 cm (hou me tegen!) Maar toen had iemand in de regering bedacht – niemand weet waarom, buiten wat steekpenningen om – dat er beter Europese treinen geimporteerd konden worden, van 125 cm, en dat dan maar gelijk die duizenden kilometers spoor vervangen moesten worden. ‘t Project kwam zowaar goed van start, maar toen kocht de familie die ‘t spoor beheerde (alles gaat hier steeds in families), het grootste vrachtwagenbedrijf op en toen was de urgentuie achter de spoorvernieuwing ineens weg. Zodoende telt Colombia twee maten spoor waar al jaren geen trein meer over rijdt. Deze Daniel kwam een paar jaar terug een oud-conducteur tegen (ik kon natuurlijk ook niet wachten de staat van het lokale spoor opgehelderd te krijgen) die hele verhalen uit de doeken deed hoe ongelooflijk vet je vroeger door alle oerwouden en bergen enzo van oost naar west kon boemelen, de beste man werd er weer nostaligisch van. Mijn doel: hier een Colombiaanse oud-conducteur vinden, zn relaas optekenen en ergens leuk wegzetten en ik mag vredig sterven. Goed boekidee trouwens: levensverhalen van oud-medewerkers van niet meer bestaande spoorwegen over de hele wereld! Laten we ooit die levensdroom mogen vervullen.

      • roel zei

        oud-conducteurs van niet meer bestaande spoorwegen, beroepsdesplazados met een identiteitsconflict dus. mooi.

        lekker stuk, r.. benieuwd naar meer

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.